Een nieuwe tijd vraagt om nieuwe vaardigheden

Technologie heeft de manier waarop we samen werken en leven enorm veranderd. Nieuwe functies ontstaan en vragen om andere of nieuwe competenties, de zogenoemde 21st century skills.
Wat moeten kinderen nu leren om optimaal voorbereid te zijn op de samenleving in de 21ste eeuw? Verschillende organisaties wereldwijd hebben hiervoor verschillende modellen. Kennisnet heeft deze modellen vertaald naar de Nederlandse situatie.

Naast taal en rekenen en de kernvakken, zijn de volgende competenties van belang:

  • samenwerken
  • creativiteit
  • ict-geletterdheid
  • communiceren
  • probleemoplossend vermogen
  • kritisch denken
  • sociale en culturele vaardigheden

Ook een betrokken, ondernemende en nieuwsgierige houding komen van pas in de 21ste eeuw.

Hoe pakt het koningskwartier dit aan?

In onze kinderopvang en basisschool werken wij met energie en aandacht voor ieder kind. Dat doen wij als één team. Deze 10 beloften doen wij kinderen en hun ouders of verzorgers: 10 Beloften aan het kind

Nadruk op rekenen, taal en lezen

Kindcentrum Koningskwartier ontwikkelt kinderen op cognitief, motorisch, sociaal, creatief en emotioneel gebied. Wij laten kinderen met veel verschillende onderwerpen, activiteiten en werkvormen kennismaken zodat ze zich op de vijf leergebieden breed ontwikkelen. De nadruk ligt echter op taal, rekenen en lezen. In deze vaardigheden ligt de sleutel tot succes in het vervolgonderwijs. Rekenen, taal en lezen wordt gegeven vanuit de methodes

Ontwikkelingsgericht onderwijs/Onderzoekend leren

Tijdens de schooltijden wordt in de onderbouw gewerkt volgens het concept voor Ontwikkelingsgericht Onderwijs (OGO). In de midden- en bovenbouw gaat het Ontwikkelingsgericht Onderwijs langzamerhand over in Onderzoekend Leren. Het opdoen van kennis heeft de prioriteit, maar het gaat om meer, namelijk talentontwikkeling en het proces om tot resultaten te komen. De kinderen leren samen te werken, elkaars kwaliteiten te respecteren en in te zetten, te onderzoeken, bronnen te raadplegen, verslagen te maken en met elkaar te overleggen. De leerkracht werkt, speelt en onderzoekt met de kinderen mee. De leerkracht observeert en registreert de ontwikkelingen van de kinderen en onderneemt stappen om de kinderen verder te helpen.
Kinderen leren veel van echte zaken die voor hen interessant zijn. Uitstapjes zijn dan ook belangrijk. De kinderen bezoeken allerlei plaatsen en instanties die te maken hebben met het thema waar ze in de klas mee bezig zijn. Op deze manier krijgt het onderwijs meer betekenis en blijft het geleerde beter hangen. De leerkrachten worden hier steeds in geschoold.
Binnen het OGO en Onderzoekend leren staan thema’s centraal. Iedere groep kan met een eigen thema bezig zijn. Het actuele thema komt terug in alle kernactiviteiten.
Kernactiviteiten zijn bijvoorbeeld: lees/schrijfactiviteiten, gespreksactiviteiten, onderzoeksactiviteiten. Centraal in alle kernactiviteiten staat de taalontwikkeling. Binnen een thema komen zoveel mogelijk vakken geïntegreerd aanbod.

Aandacht voor (vroeg) Engels als tweede taal
Al vanaf leerjaar 1 zullen we op KC Koningskwartier Engels aanbieden. In de groepen 1 t/m 4 nog heel spelenderwijs waarbij niets moet en alles mag. De leerkracht is een rolmodel en spreekt met de kinderen Engels. Er zullen dagelijks korte activiteiten in het Engels worden gedaan en minstens 1 keer per week een wat langere activiteit waarbij de leerkracht Engels spreekt.

Coöperatief Leren

Een coöperatieve aanpak in het lesgeven en klassenmanagement waarbij het werken met structuren centraal staat levert veel op. Dit laat leerlingen doen waaraan ze behoefte hebben – praten, samenwerken, bewegen – in het teken van de leerstof. De interactie staat centraal bij coöperatief leren; het versterkt het leerproces en creëert betrokkenheid, bij zowel leerling als leraar.

Binding met de buurt

Kindcentrum Koningskwartier staat open voor samenwerking met organisaties in de buurt. We hebben de ambitie om een spilfunctie in de buurt te vervullen. Hierbij zullen wij vooral kijken of het aanbod voor onze kinderen door samenwerking met externe partners kan worden verbreed.

Bewegingsonderwijs (gym)

De kleuters hebben gymles in hun eigen speellokaal. Ze hebben een tas waarin ze hun gymschoenen opbergen. Ze hebben geen speciale kleding nodig.
De groepen 3 en 4 krijgen één keer per week een uur en een kwartier gymles. Dit gebeurt door een groepsleerkracht. Als kinderen om de één of andere reden niet mogen sporten, dienen de ouders de leerkracht in te lichten.
De kinderen moeten tijdens de gymles sportkleding (sportbroek en T-shirt) dragen, dus geen kleding die in de klas ook gedragen wordt. Na de gymles moet de gymkleding mee naar huis, zodat deze gewassen kan worden. Het dragen van gymschoenen wordt sterk aangeraden in verband met de kans op voetschimmels en het bezeren van tenen. Deze sportschoenen mogen geen donkere zolen hebben in verband met het beschadigen van de vloer van het gymlokaal.
Daarnaast is afgesproken dat tijdens de gymles geen sieraden gedragen mogen worden met het oog op de veiligheid.

Contacten met ouders

Wij zijn van mening dat de opvoeding van de kinderen die het Konings kwartier bezoeken een wisselwerking moet zijn tussen de thuissituatie en de school. Wij willen graag partner in de opvoeding zijn. Dit betekent concreet dat wij informatie-uitwisseling met ouders erg belangrijk vinden. Ouders zullen altijd zo goed mogelijk worden geïnformeerd over het wel en wee van hun kind. Met individuele wensen van ouders zullen we zoveel mogelijk rekening proberen te houden, mits deze wensen niet tegen de (pedagogische) uitgangspunten van onze organisatie ingaan.
Zowel ouders als medewerkers van het Koningskwartier kunnen op elk moment initiatief nemen voor een gesprek als daar van één van beide kanten behoefte aan of aanleiding voor is. Inspraak van ouders is geregeld door middel van de MR (medezeggenschapsraad).

Kinderen van 4 jaar en ouder

Als een kind 4 jaar of ouder is, wordt met de ouders minimaal twee keer per jaar de ontwikkeling van het kind besproken. Per zes maanden worden afspraken gemaakt over leer- en andere aandachtspunten voor de volgende periode. Indien nodig worden er meerdere gesprekken ingepland.

Globale dagindeling

In de onderbouw begint de dag steeds met een inloopmoment of een kringgesprek. De kinderen kunnen hun verhaal kwijt, er kunnen mededelingen gedaan worden en de leerkracht kan een start maken met de uitleg van wat er die dag staat te gebeuren. In de kring wordt de interesse gewekt en de luisterhouding van de kinderen wordt ontwikkeld.

Het werken van de kinderen wordt gevarieerd d.m.v. verschillende activiteiten en werkvormen. Dat gebeurt niet alleen in het eigen lokaal, maar ook daarbuiten.

In de onderbouw wordt extra aandacht besteed aan taalonderwijs. De kinderen werken in de grote groep en in kleine groepjes samen met de juf. Ook op de kinderopvang wordt hier aandacht aan besteed. Er ontstaat hierdoor een doorlopende lijn.

De kinderen werken met planborden. Hierdoor wordt al een begin gemaakt met het zelfstandig werken. Er is extra aandacht voor de overgang naar groep 3. Zo komen de kinderen die daar aan toe zijn bijvoorbeeld al in aanraking met voorbereidend lezen, schrijven en rekenen.

In de middenbouw en de bovenbouw starten we ‘s ochtends met een klassengesprek of met stillezen. Gedurende de rest van de ochtend werken de kinderen, afhankelijk van hun ontwikkelingsniveau aan vakgebieden als rekenen, taal, spelling, schrijven, aardrijkskunde, geschiedenis en natuuronderwijs.

De kracht van ict in het onderwijs

De meeste winst met het gebruik van ICT en/of Chromebooks valt volgens ons te behalen bij het automatiseren van de lesstof: het leren van tafels, woordjes, topografie, spelling of het onder de knie krijgen van bepaalde rekenvaardigheden. Dat komt doordat bepaalde apps of softwareprogramma’s het mogelijk maken leerstof en oefeningen op maat aan te bieden én op maat feedback te geven. Voor een leerkracht tegenwoordig bijna onmogelijk: de klassen zijn er veel te groot voor.

Verder scheelt werken met  Chromebooks leerkrachten een hoop nakijkwerk en via de Chromebooks kan de leerkracht in kaart brengen met welk deel van de lesstof kinderen nog moeite hebben. De leerkracht, die door minder nakijkwerk meer tijd overhoudt, kan zo per kind gerichtere ondersteuning bieden.